Contact

X
 nieuwsbrief februari 13 Pesten
X

De antipestaanpak: stand van zaken

In een vorige Vreedzaam Actueel (oktober 2014) berichtten we u al dat de door staatssecretaris Dekker voorgestelde verplichting voor scholen om een bewezen effectief antipestprogramma te gaan gebruiken, is geschrapt. Scholen mogen een eigen aanpak kiezen, maar dienen wel aan te tonen dat hun aanpak werkt en dat de kinderen er baat bij hebben. Ook moeten ze zorgen voor een aanspreekpunt binnen de school waar leerlingen en ouders terechtkunnen. De nieuwe afspraken gaan in het schooljaar 2015-2016 in.

witje01

Om scholen te helpen bij het kiezen van een antipestaanpak zal er informatie beschikbaar komen over bewezen effectieve programma's en methodes. Een onderdeel van het plan van aanpak van OCW was het beschikbaar stellen van middelen om onderzoek te doen naar de effectiviteit van de (voorlopig) goedgekeurde antipestprogramma’s (waaronder De Vreedzame School). In dit verband schreef het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) in het najaar van 2014 een zgn. ‘call for proposals’ uit voor dat effectonderzoek. De Vreedzame School heeft na gedegen onderzoek naar de voorwaarden van de call besloten om zich terug te trekken als onderwerp van onderzoek.

 

De Vreedzame School neemt geen deel aan effectonderzoek
We noemen enkele van de overwegingen die er toe hebben geleid dat we ons hebben teruggetrokken.
De Vreedzame School is veel meer dan een anti-pestprogramma. Het is een positief programma voor burgerschapsvorming en sociale competentie, en heeft dus een veel bredere doelstelling dan het voorkomen of bestrijden van pestgedrag. Het beoordelen van het programma door het meten van een effect op pesten doet het programma dan ook tekort.
Bovendien is De Vreedzame School een gecompliceerde interventie (niet zomaar een lesprogramma, maar een complex geheel van interventies die ook deels ontstaan vanuit de scholen zelf). Gedegen onderzoek neemt die complexiteit mee in de onderzoeksopzet. De middelen zijn echter beperkt. De onderzoekers moeten alle programma’s in één onderzoeksopzet onderbrengen. Er is dus weinig gelegenheid om rekening te houden met de verschillen tussen de programma’s. Het onderzoek mag wel twee jaar duren, maar er wordt slechts over één jaar gemeten. Invoering van De Vreedzame School duurt minimaal 2 jaar. Het programma is na één jaar dus maar maximaal voor de helft ingevoerd.
Gezien de beperkte onderzoeksmiddelen en de noodzaak om alle programma’s tegelijk te onderzoeken kregen wij de indruk dat de kwaliteit van de uitvoering niet voldoende wordt meegenomen in het onderzoek, met alle risico’s van dien. Al met al was onze conclusie dat we te weinig vertrouwen hebben dat dit onderzoek goed kan worden uitgevoerd op deze manier. Het zou het eerste effectonderzoek zijn naar De Vreedzame School, en dat zien we liever op een andere manier gebeuren, ook omdat conclusies een geheel eigen leven kunnen gaan leiden.
Bovendien ziet het er niet naar uit dat het onderwijsveld een verplichting krijgt om te kiezen uit ‘evidence based’ programma’s op dit terrein. Dit alles overziend hebben we ervoor gekozen om niet deel te nemen aan het effectonderzoek. We bezinnen ons de komende periode wel op een goede manier om zicht te krijgen op de opbrengsten van Vreedzaam op scholen.